Werken op hoogte - bel 085-009-1652

Werken op hoogte

Medische Keuring Werken op Hoogte

Jaarlijks gebeuren er nog steeds veel ongevallen bij het werken op hoogte. De bewustwording neemt toe, toch overlijden er in Nederland jaarlijks gemiddeld 18 werknemers door een val tijdens het werk. Daarnaast worden er jaarlijks gemiddeld 1100 werknemers opgenomen in het ziekenhuis. Vaak zijn er nog vele werkgevers, werknemers en zelfstandigen die – al dan niet gewond – na het met de schrik vrijkomen te maken krijgen met uitval en verzuim.

 

Bel 085-009-1562 voor meer informatie of een afspraak. Wij staan U graag te woord

 

 

Wat is de inhoud van de keuring Werken op Hoogte (G41)?

  • Vragenlijst
  • Gerichte anamnese
  • Bespreking van de werkzaamheden
  • Gericht lichamelijk onderzoek
  • Op indicatie: visusonderzoek (oogtest)
  • Op indicatie: audiometrisch onderzoek (gehoortest)
  • Op indicatie: laboratoriumonderzoek (bloedbeeld, lever- / nierfunctie)

 

Wat moet u meenemen bij de (her)keuring:

  • Geldig legitimatiebewijs
  • Ingevulde vragenlijsten, deze worden door ons toegestuurd of kunnen tijdens de keuring ter plaatse worden ingevuld
  • Bril en/of contactlenzen
  • Eventuele medicatie in originele verpakking
  • Bewijs goedkeuring vorige keuring / cursusdiploma

 

Neem contact op voor meer informatie of een afspraak

 

EU Richtlijn werken op hoogte

Werken op hoogte wordt beschouwd als een van de meest gevaarlijke soorten arbeidsactiviteit. Positief is dat het werken op hoogte de afgelopen jaren veiliger is geworden. Er zijn echter nog veel situaties waar verbeteringen nodig en mogelijk zijn. Wij ondersteunen U graag met objectieve deskundige inventarisatie van de risico’s, een belangrijke eerste stap om de veiligheid bij het werken op hoogte te vergroten.

Op 1 juli 2004 is de EG richtlijn 2001/45/EG Werken op Hoogte ingevoerd in de Nederlandse wetgeving. Dit betekent dat alleen bij korte klussen of wanneer een veiliger alternatief zoals een steiger of hoogwerker niet mogelijk is, nog een ladder gebruikt mag worden. Daarnaast stelt het kabinet specifiekere eisen aan veilig gebruik van onder meer ladders en steigers. Vooralsnog is dit geen verbod op het gebruik van ladders, maar een terugdringen van het gebruik van ladders als arbeidsplaats.

Implementatie van de richtlijn heeft zijn doorwerking in het ontwerp: vanuit het preventieprincipe van de Arbowet moeten gevaren in beginsel bestreden of voorkomen worden bij de bron. Ontwerpende en adviserende projectpartners moeten, middels hun V&G-verplichtingen, achteraf kunnen aantonen dat de arbeidsomstandigheden zijn meegewogen in belangrijke ontwerpbeslissingen. In de praktijk komt dit erop neer dat, naast het nadenken over de maakbaarheid van het ontwerp, ook nagedacht moet worden of schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden aan het bouwwerk op een veilige en gezonde manier kunnen worden uitgevoerd en dat medewerkers bewust zijn van afhankelijkheden, risico’s en consequenties van ongevallen en/of het verzaken van vereiste verplichtingen.

Middels de convenanten ‘Veiligheid en gezondheid op het dak’ en ‘Gevelonderhoud’ zijn al eerder specifieke afspraken gemaakt over het werken op hoogte. De afspraken hierin vastgelegd, blijven gelden. Echter de EG richtlijn Werken op hoogte weegt zwaarder dan de convenanten. Daar waar de EG richtlijn afwijkt, worden de aanbevelingen van de richtlijn en de daaruit volgende regelgeving gevolgd. De richtlijn, die tot doel heeft om het aantal ongelukken door vallen van hoogte te verminderen, bevat beperkingen ten aanzien van het gebruik van ladders, trappen, steigers en lijnen.

 

Advies Gezondheidsraad

De Gezondheidsraad heeft recent een advies aangeboden aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met als conclusie dat er geen veilige ondergrens voor het vallen van hoogte is te geven. Dat betekent bewustwording van werkgevers en werknemers dat ook werken op hoogtes lager dan 2,5 meter risico’s kan meebrengen en dat ook in dat geval maatregelen nodig zijn. Het volledige rapport van de Gezondheidsraad kunt U hier inzien.

 

Wetgeving ladders en trappen en rolsteigers

Veiligheid van arbeidsmiddelen is geregeld in de arbeidsomstandighedenwetgeving. De werkgever is volgens de Arbowet verplicht om “veilige arbeidsmiddelen” beschikbaar te stellen aan de werknemer. De Arbowet vermeldt echter niet wat de wetgever nu onder een “veilige” machine verstaat. Het Arbobesluit (artikel 7.4 “Deugdelijkheid arbeidsmiddelen en ongewilde gebeurtenissen”) biedt hier een verdere uitleg. Het verduidelijkt dat een arbeidsmiddel zodanig is geplaatst of ingericht dat het gevaar van verschuiven, omvallen, kantelen, oververhitting, brand, ontploffen, blikseminslag en directe of indirecte aanraking met elektriciteit zoveel mogelijk voorkomen dient te worden.

 

De letterlijke tekst van het Arbobesluit en de bijbehorende beleidsregels is als volgt:

  • Artikel 7.4 Deugdelijkheid van arbeidsmiddelen en ongewilde gebeurtenissen
  • Een arbeidsmiddel bestaat uit deugdelijk materiaal.
  • Een arbeidsmiddel is van een deugdelijke constructie.
  • Een arbeidsmiddel is zodanig geplaatst of ingericht, dat het gevaar van verschuiven, omvallen, kantelen, oververhitting, brand, ontploffen, blikseminslag en directe of indirecte aanraking met elektriciteit zoveel mogelijk is voorkomen.
  • Artikel 3.17 is van overeenkomstige toepassing.

De Europese norm EN 131

In Europees verband zijn de eisen ten aanzien van ladders en trappen vastgelegd in de vorm van de EN 131. Deze biedt echter een onvoldoende beschermingsniveau. De eisen van het besluit draagbaar klimmaterieel zijn zwaarder.

De Nederlandse norm NEN 2484

In de Arbobeleidsregels was tot 1 januari 2007 vermeld dat draagbaar klimmaterieel tenminste dient te voldoen aan de NEN 2484. De NEN 2484 is samengesteld op basis van het Besluit draagbaar klimmaterieel, de EN 131 en is aangevuld met specifieke eisen welke nodig zijn voor inzet van klimmaterieel voor zakelijk gebruik. In de NEN 2484 zijn met name sterkte eisen opgenomen waar draagbaar klimmaterieel aan dient te voldoen en is als zodanig voornamelijk interessant voor de ontwerper en/of fabrikant van ladders en trappen.

Ook al is deze norm niet meer verplicht, de Arbeidsinspectie zal echter altijd een afweging maken of een veiliger alternatief mogelijk was in een specifieke situatie. Zeker in de bouw of installatietechniek prevaleren ladders welke voldoen aan NEN 2484.

De norm NEN EN 1004

Hierin zijn de eisen vastgelegd waaraan rolsteigers dienen te voldoen. Het betreft hier vooral een norm welke noodzakelijk is voor de fabrikant(en).